Wetenswaardigheden klein percussie instrumenten

Wat is een CHEQUERÉ?

Een Chequeré is een schud- en sla instrument dat vooral gebruikt wordt in de Afro-Cubaanse en ook in de Braziliaanse muziek.
Het werd aanvankelijk alleen bespeeld tijdens religieuze rituelen. Het instrument heeft een kralennet er omheen en is leeg van binnen. Een goede chequeré heeft kralen van grote zaden. Vaak worden ze verkocht met kralen van klei, waardoor het instrument snel kapot is.

Een chequeré is gemaakt van Kalebas. De Kalebassen moeten telkens naar de zon toe gedraaid worden
om de gewenste vorm te krijgen. Chequerés zijn uiterst kwetsbaar tijdens de groei en moeten met zorg behandeld worden. Als het weer aanhoudend of extreem slecht is, kan de oogst mislukken en worden de instrumenten duurder. Een orkaan kan in één klap al het werk teniet doen.

En een GUÏRO?

Een guïro wordt ook wel "rasp" genoemd en wordt heel veel bespeeld in de muziek van Latijns Amerika.
Ze zijn gemaakt van Kalebas en van metaal. In Cuba wordt vooral de guïro van Kalebas gebruikt en deze wordt daar ook wel Guayo genoemd. De guïro wordt met een stokje bespeeld. Men zegt Guïro Macho (mannelijke guïro) als de Kalebas een dikke wand heeft. Een guïro met een dunne wand is een Guïro Hembra (vrouwelijke guïro). De Macho is de sterkere guïro en kan tegen een stootje.
De keuze voor een Macho of Hembra hangt af van de klank wat men wil verkrijgen.
Ieder stokje geeft ook weer een ander geluid, dus is het belangrijk om goed te luisteren bij de aanschaf. Musici hebben meestal meer dan één guïro om op te spelen.

De naam Guïro is afkomstig van de plant Guïro Amargo die door de Afrikaanse slaven naar Cuba is gebracht. De vrucht (Kalebas) werd opengemaakt en diende als kom voor vloeistoffen en zout. Naderhand hebben de Cubanen de Guayo ook gemaakt van bamboe en daarom kan men zeggen
Guayo of Guïro. De metalen guïro wordt in Cuba uitsluitend gebruikt bij de muziekgroepen van de oostelijke provincies om de orientaalse orgels te begeleiden. Daarnaast worden ze vooral in de Dominicaanse republiek gebruikt voor de Merengue en de Bachata ritmes.

Om te oefenen kun je voor een klein prijsje een "guayito de la alegría" kopen, wat van bamboe is gemaakt en dus niet onderhevig is geweest aan weersinvloeden.

Wat zijn CLAVES?

Claves zijn 2 hardhouten stokjes die tegen elkaar aan worden geslagen waardoor er een klank ontstaat. De klank wordt verkregen door één van de stokjes zodanig in de handpalm te leggen dat er een holte onder het stokje ontstaat (klankkast), voordat er met het andere stokje een slag wordt toegediend in
het midden van het stokje. Met de claves wordt het ritme van de muziek aangegeven.
Er zijn Afro-Cubaanse (clave afrocubana) en Crioolse claves (clave criollo). De Afro-Cubaanse claves zijn groter en dikker en hebben een zwaardere klank en de Crioolse claves (ook wel Son Claves genoemd) hebben een hogere klank.

Houtsoort: O.a. Granadillo. Dit is een duurzame, zeer harde houtsoort en uiterst geschikt voor muziekinstrumenten, meubels en beeldhouwwerken. Wij bieden ook claves van andere houtsoorten aan.
De Crioolse clave wordt grotendeels gebruikt in muziekgroepen met een kleine bezetting, b.v. trio's, kwartetten en sextetten en ook in plattelandsgroepen.
Zijn klank komt goed tot zijn recht in Son montuno's en bolero's en stelt de goede danser in staat om
zijn stappen te doen op de maat van de clave. De afro-cubaanse clave is in de mode bij de
folkloristische muziek als de guaguanco, rumba en conga's. Worden ook in de salsa gebruikt.

En wat zijn MARACAS?

Maracas zijn rammelaars voor grote mensen. Ze worden ritmisch geschud, waarbij de ene hand een andere beweging maakt als de andere.
Maracas zijn gemaakt van kalebas, leer, hout, kunststof en papier maché. Ook de inhoud verschilt: men gebruikt zaden zoals bonen, pitten en korrels en ook wel steentjes.